Erfelijkheid

In de meeste gevallen is dementie niet erfelijk. Wel is er een iets groter risico op het krijgen van dementie wanneer iemand een vader, moeder, broer of zus heeft die na zijn of haar 65ste de ziekte van Alzheimer heeft gekregen. Deze kans neemt echter slechts met enkele procenten toe en is eigenlijk verwaarloosbaar. Het grootste risico op het krijgen van dementie is iemands leeftijd: hoe ouder iemand is, hoe groter de kans is dat iemand een vorm van dementie krijgt.

Erfelijke oorzaken dementie

Toch kan het voorkomen dat in sommige gevallen de dementie een erfelijke oorzaak heeft. Hier wordt dan ook veel onderzoek naar gedaan, waarbij gebleken is dat er enkele vormen van dementie zijn die een erfelijke oorzaak kunnen hebben:

  • Frontotemporale dementie (FTD) is in 25 tot 40% van de gevallen erfelijk. Dit wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door een fout op chromosoom 17.
  • Doordat sommige vormen van hart- en vaatziekten erfelijk zijn, is er een indirect verband tussen vasculaire dementie en erfelijkheid. Deze vorm van dementie is niet erfelijk, maar factoren die vasculaire dementie kunnen veroorzaken, zijn dat mogelijk wel.
  • Heel soms is er sprake van een erfelijke aanleg voor de ziekte van Alzheimer. Wanneer de ziekte al op jonge leeftijd binnen een familie voorkomt, is de kans hierop iets groter.

chromosomes

DNA-onderzoek naar dementie en erfelijkheid

Wie vermoedt dat er binnen de familie een erfelijke aanleg voor dementie bestaat, kan dit laten onderzoeken door middel van een erfelijkheidsonderzoek. Dit heeft echter alleen zin als meerdere mensen binnen een familie op jonge leeftijd gediagnosticeerd zijn met dementie. Bovendien wordt er alleen DNA-onderzoek gedaan bij een gezond iemand wanneer er bij een familielid al een afwijkend gen is gevonden.

Bij een DNA-onderzoek naar een erfelijke vorm van dementie wordt via een stamboomonderzoek gekeken hoe vaak en bij wie de ziekte in de familie voorkomt. Ook kan er een bloedonderzoek uitgevoerd worden waarbij gekeken wordt of er sprake is van een verandering in de genen die dementie tot gevolg kan hebben.

Wie een dergelijk onderzoek naar erfelijke dementie uit wil laten voeren, moet goed nadenken over de psychische, medische en sociale gevolgen van een voorspellend DNA-onderzoek. In veel gevallen is er namelijk nog geen genezing of preventieve behandeling van de dementie mogelijk.