Kenmerken

Geen mens is hetzelfde en dat geldt uiteraard ook voor mensen met dementie. Iedereen zal min of meer dezelfde vier fasen van dementie doorlopen, maar welke kenmerken en symptomen precies een rol gaan spelen in iemands leven, kan van tevoren niet gezegd worden.

Op deze pagina:

Het voorstadium van dementie

In het allereerste stadium speelt het zogenaamde ‘niet pluis gevoel’ een grote rol. Iemand krijgt het idee dat steeds vaker dingen vergeten worden, zoals een naam of waar de huissleutels zijn gebleven. Ook de directe omgeving valt dit op, maar vaak wordt deze vergeetachtigheid nog gewijd aan het ouder worden. Op latere leeftijd krijgt iedereen immers wat meer problemen met het geheugen.

Ondanks deze twijfels is het verstandig om zo snel mogelijk de huisarts in te schakelen. Wanneer het inderdaad om een vorm van dementie gaat, kan een vroege diagnose hiervan leiden tot een snelle behandeling. Zo zijn er onder andere medicijnen die dementie vertragen of symptomen verminderen. Helaas is dementie tot nu toe niet te genezen en is het ziekteverloop onomkeerbaar.

Het voorstadium van dementie gaat na circa twee tot drie jaar over in het beginstadium van dementie.

Het beginstadium van dementie

De kenmerken en symptomen die de kop opstaken in het voorstadium zijn in het beginstadium van dementie ook nog aanwezig. De kans is groot dat deze duidelijker worden. Ook kan in deze fase iemands gedrag veranderen.

slide_77Het beginstadium van dementie wordt ook wel de ‘bedreigde-ik fase’ genoemd. Iemand die in deze fase zit, zal merken dat er iets niet in orde is en dit is voor velen een bedreigend gevoel. Angst komt in deze fase dan ook veel voor. Wie iemand met beginnende dementie wil helpen, doet er goed aan om hem of haar juist zijn eigen ding te laten doen en alleen ondersteuning te bieden wanneer dit nodig is. Dit is belangrijk voor het gevoel van eigenwaarde van degene met dementie.

Het beginstadium van dementie gaat na circa twee jaar over in het middenstadium van dementie.

Het middenstadium van dementie

De midden fase van dementie is onder te verdelen in matige dementie en ernstige dementie. Beide vormen hebben hun eigen symptomen en kenmerken en zullen steeds duidelijker aanwezig zijn.

Mensen met matige dementie hebben bijvoorbeeld hulp nodig bij de dagelijkse verzorging, hebben een verstoord tijdsbesef en kunnen belangrijke gebeurtenissen uit hun leven niet meer benoemen. Ook krijgen veel mensen met matige dementie problemen met geldzaken.

Iemand met ernstige dementie kan onder andere last krijgen van een verstoord dag- en nachtritme, kan incontinent worden en krijgt nog meer moeite met het uitvoeren van dagelijkse bezigheden (bijvoorbeeld tandenpoetsen, aankleden of het instellen van de temperatuur van het douche- of badwater). Ook kunnen er gedragsproblemen ontstaan, zoals achterdocht of het vertonen van herhalende bewegingen.

In het middenstadium van dementie is er sprake van de ‘verdwaalde-ik fase’. De vergeetachtigheid neemt toe, waardoor niet alleen het onthouden moeilijker wordt, maar ook problemen ontstaan met het herinneren van gebeurtenissen uit het verleden. Het tijdsbesef verdwijnt, het vermogen om rationeel te denken en te combineren neemt af en men voelt zich gedesoriënteerd: iemand weet niet meer waar hij of zij is, wie de partner is of de eigen leeftijd. Mensen in deze fase maken een verdwaalde indruk.

Het eerste deel van het middenstadium van dementie duurt circa anderhalf jaar, het tweede deel gaat na circa tweeënhalf jaar over in het eindstadium van dementie.

Bekijk meer presentaties van Dina Jansen

Het eindstadium van dementie

In het eindstadium van dementie gaat iemand hard achteruit. De persoon kan niet meer zonder een continue zorg en begeleiding.

Zo is er onder andere hulp nodig bij het eten en is iemand in het eindstadium van dementie eigenlijk altijd incontinent. Al snel zal in het eindstadium van dementie het spraakvermogen erg hard achteruit gaan, waardoor iemand gaat mompelen en nauwelijks nog te verstaan is. Ook het vermogen om zelfstandig te lopen en te zitten verdwijnt en op een gegeven moment verliest iemand in het eindstadium van dementie het vermogen om te lachen – en kan dan enkel nog gegrimast worden. Doordat gewrichten stram en onbeweeglijk worden, verandert ook iemands houding. Uiteindelijk kan iemand alleen nog in een soort foetushouding liggen en komen ook primitieve reflexen, zoals het grijpreflex en zuigreflex zoals baby’s die hebben, weer terug.

In dit eindstadium van dementie doorloopt iemand twee verschillende fasen: de ‘verborgen-ik fase’ en de ‘verzonken-ik fase’.

In de ‘verborgen-ik fase’ trekt iemand zich steeds meer terug in zijn of haar innerlijke wereld. Men loopt vaak doelloos rond en maakt herhalende bewegingen. Zo kan iemand ‘aan het werk’ zijn, ritmisch op de grond stampen of op tafel trommelen of continue het tafellaken recht leggen. Vaak wordt dit gedrag niet begrepen en denkt men dat het beter is om iemand maar met rust te laten. Dit zorgt echter voor eenzaamheid bij de patiënt, vooral omdat zij in deze fase niet meer in staat zijn om zelf contact te zoeken met iemand.

Als iemand steeds verder wegglijdt in de eigen innerlijke wereld, geen reactie meer geeft, de ogen gesloten houdt en in elkaar gedoken zit of ligt, is er sprake van de ‘verzonken-ik fase’. Contact maken is vrijwel niet meer mogelijk. Iemand in deze fase blijft echter gevoelig voor prikkels, zoals het luisteren naar de favoriete muziek, knuffelen of een warm bad. Toch zal er nauwelijks een reactie komen, waardoor dit voor de naaste omgeving een bijzonder zware periode is.

Uiteindelijk is de kans groot dat iemand in het eindstadium van dementie overlijdt. Gemiddeld gezien duurt dit laatste stadium zo’n zes tot negen jaar.