Zorg

De ontwikkelingen in de zorg staan niet stil en dat geldt uiteraard ook voor de dementiezorg. Doordat dementie een aandoening is die steeds vaker voorkomt, is er veel aandacht voor het opleiden van gespecialiseerde dementiezorgverleners en ook mantelzorger die voor een naaste met dementie zorgen, kunnen rekenen op een betere en meer professionele begeleiding.

Bij de verbetering van de dementiezorg staan vooral nieuwe inzichten over onder andere behandeling, verzorging, activiteiten en benadering van en voor de dementiepatiënten. Uiteraard leveren ook nieuwe technieken en hulpmiddelen een belangrijke bijdrage aan de verzorging van iemand met dementie.

De Zorgstandaard Dementie

In 2013 is door Alzheimer Nederland en Vilans de Zorgstandaard Dementie gepubliceerd. Aan dit document hebben meer dan 30 organisatie een bijdrage geleverd en het is een vastlegging van waaraan goede dementiezorg moet voldoen. Sinds 2013 dienen hulpverleners en alle andere betrokken partijen in de dementiezorg zich dan ook aan deze standaard te houden.

slide_10

Klik hier meer informatie

Naar de richtlijnen van de Zorgstandaard Dementie moet een goede dementiezorg aan de volgende tien voorwaarden voldoen:

1. Zorgvuldige omgang

Een gelijkwaardige relatie met wederzijds respect tussen de zorgverlener en degene met dementie staat voorop. Dit bereikt de zorgverlener door:

  • Rekening te houden met de fase van de dementie.
  • Iemand aan te spreken op zijn of haar mogelijkheden.
  • Rekening te houden met (negatieve) emoties.
  • Rekening te houden met wat de patiënt misschien wel wil, maar niet meer kan.

2. Tijdige en duidelijke informatie

Bij het vermoeden van dementie is het van het grootste belang dat iemand zo snel mogelijk over duidelijke informatie beschikt. Zo is het belangrijk dat iemand weet wat de kenmerken van beginnende dementie zijn, maar ook wat de mogelijkheden zijn wanneer de diagnose eenmaal gesteld is. Hoe eerder er professionele zorg en ondersteuning verleend kan worden, hoe gunstiger dit kan zijn op het verloop van de ziekte.

3. Signaleren en actief verwijzen

Niet alleen een huisarts of een thuiszorgmedewerker moet alert zijn op het signaleren van dementie, maar ook andere zorgverleners of het Wmo-loket van de gemeente moeten zich bewust zijn van signalen die bij dementie horen. Zij dienen dit met de persoon in kwestie te bespreken en ondersteuning te bieden het regelen van bijvoorbeeld een doorverwijzing voor de geheugenpoli.

4. Snelle en juiste diagnostiek

Het is belangrijk dat de diagnose van dementie zo snel mogelijk wordt gesteld. Dit houdt in dat de diagnose binnen een jaar na de eerste ‘niet pluis’-gevoelens duidelijk moet zijn.

5. Vaste begeleider en persoonlijk zorgplan

Om de taken van de mantelzorger van iemand met dementie enigszins te verlichten, moet er (direct na de diagnose of bij het vermoeden van dementie) een vaste begeleider worden toegewezen. Deze casemanager dementie is het aanspreekpunt voor zowel de dementiepatiënt als de mantelzorger en kan helpen met het coördineren van de zorg, maar biedt ook een luisterend oor als dit nodig is.

6. Behandeling, hulp en begeleiding

De vaste begeleider bespreekt welke behandeling en begeleiding er in de verschillende stadia van de dementie er nodig zijn. denk bijvoorbeeld aan: huishoudelijke hulp, medische behandeling, logopedie, dagbehandeling, fysiotherapie, psychotherapie en gespreks- en lotgenotengroepen.

7. Activiteiten, afgestemd op persoonlijke leefstijl en mogelijkheden

Dementie heeft een grote invloed op iemands sociale leven. Dit geldt uiteraard voor de persoon met dementie, waarbij de ziekte het sociale vermogen aantast, maar ook voor mantelzorgers die door hun zware taken en verantwoordelijkheden minder tijd krijgen hiervoor. De zorgverleners zijn er ook om te kijken welke dagactiviteiten het beste aansluiten op iemands interesses en mogelijkheden.

8. Tijdelijke, volledige overname van zorg

Wie als mantelzorger tijdelijk niet meer in staat is om de benodigde zorg te verlenen, kan een beroep doen op respijtzorg: een tijdelijke, volledige overname van de zorg. Deze respijtzorg is er voor mantelzorgers die overbelast dreigen te raken of dit al zijn. Hierbij wordt de respijtzorg onderverdeeld in drie categorieën:

  • Respijtzorg aan huis – Professionele of vrijwillige ‘oppas aan huis’ voor degene met dementie.
  • Respijtzorg buitenshuis – De dementiepatiënt verblijft tijdelijk in een zorginstelling, gaat begeleid op vakantie of naar de dagbehandeling.
  • Combinatieaanbod – De mantelzorger gaat samen met de patiënt op vakantie of naar de dagbehandeling. Er is begeleiding aanwezig, zodat de mantelzorger zelf ook kan ontspannen.

9. Veilig en vertrouwd wonen

Een veilige en vertrouwde woonomgeving is voor iemand met dementie erg belangrijk. Er zijn dan ook allerlei aanpassingen in en om het eigen huis mogelijk, waardoor iemand zich veilig voelt. Gaat thuis wonen echt niet meer, dan wordt er gekeken naar welke woonvorm het beste aansluit bij de dementiepatiënt, zoals bijvoorbeeld kleinschalig groepswonen, grootschalig wonen met kleinschalige zorg, eigen appartement met de mogelijkheid tot dag- en nachtopvang samen met de partner en specifieke vormen zoals zorgboerderijen of luxe appartementen en villa’s.

10. Crisishulp

In acute situaties, zoals een plotselinge achteruitgang van de fysieke en mentale toestand van iemand met dementie of het uitvallen van de mantelzorger, kan er crisishulp worden ingeschakeld. Deze crisishulp moet 24/7 beschikbaar zijn en kan plaats vinden in de vorm van een tijdelijke opname in een verpleeghuis of de inzet van zorg thuis. Deze acute zorg kan langdurige of permanente opname mogelijk voorkomen.