De ziekte van Alzheimer

De ziekte van Alzheimer werd in 1901 voor het eerst omschreven door de Duitse psychiater en neuropsycholoog Aloïs Alzheimer. In 1910 werd – nadat de in de daaropvolgende jaren nog elf vergelijkbare gevallen in de medische literatuur werden beschreven – de ontdekte aandoening naar hem genoemd: de ziekte van Alzheimer, tegenwoordig ook wel kortweg Alzheimer genoemd.

De ziekte van Alzheimer is een vorm van dementie. Hierbij sterven hersengebieden af, doordat de afbraak van het eiwit bèta-amyloïd niet meer goed verloopt. Dit heeft uiteraard vergaande gevolgen: zo wordt het geheugen aangetast, kan iemands karakter veranderen en gaat de patiënt geestelijk en lichamelijk steeds verder achteruit. De ziekte van Alzheimer is bovendien een progressieve ziekte, wat betekent dat de ziekte steeds erger wordt tot de patiënt uiteindelijk komt te overlijden. Er is helaas nog geen genezing mogelijk van Alzheimer.

Op deze pagina:

Symptomen van beginnende Alzheimer

De ziekte van Alzheimer is een sluipende ziekte, waardoor iemand in de beginfase vaak nog niet door heeft dat er iets echt aan de hand is. Voordat de klachten aan dementie gekoppeld worden, is er al snel geruime tijd verstreken. En dat terwijl een vroege signalering juist zo belangrijk is voor de behandeling van de ziekte: ondanks dat dementie niet genezen kan worden, zijn er wel medicijnen die het proces vertragen en de symptomen verminderen.

Bij beginnende Alzheimer horen de volgende symptomen:

Geheugenproblemen

De achteruitgang van het geheugen is één van de bekendste symptomen van de ziekte van Alzheimer. Het begint vaak met het vergeten van recente gebeurtenissen, men kan niet meer op namen komen en weet niet meer waar spullen gebleven zijn. Een belangrijk kenmerk is dat iemand met de ziekte van Alzheimer dezelfde vragen steeds opnieuw stelt en/of steeds dezelfde handelingen opnieuw uitvoert.

Desoriëntatie

De ziekte van Alzheimer zorgt ervoor dat mensen zich gedesoriënteerd gaan voelen: men weet niet meer welk jaar het is, het dag- en nachtritme kan verstoord raken en iemand kan ineens niet meer weten waar hij of zij is.

Problemen met communiceren

Iemand met de ziekte van Alzheimer krijgt steeds meer moeite met communiceren. Soms kan iemand ineens niet meer op een bepaald woord komen, waarna deze vervangen wordt door een woord dat hetzelfde klinkt of ongeveer dezelfde betekenis heeft. Nieuwe termen kunnen niet onthouden worden en gesprekken worden steeds oppervlakkiger.

Gedragsproblemen

Mensen met de ziekte van Alzheimer krijgen vaak last van gedragsveranderingen. Dit komt uiteraard door de veranderingen in de hersenen, maar ook de andere symptomen van beginnende Alzheimer kunnen gevoelens van bijvoorbeeld angst en woede oproepen. Ook stemmingswisselingen spelen een belangrijke rol bij de ziekte van Alzheimer.

De 3 stadia van Alzheimer

De ziekte van Alzheimer bestaat uit drie stadia. In het beginstadium steken de eerste symptomen de kop op, maar deze worden vaak nog niet herkend als horende bij Alzheimer. In het tweede stadium treden de symptomen echter duidelijk op de voorgrond (met name de achteruitgang van het kortetermijngeheugen) en in het laatste stadium is iemand volledig afhankelijk van continue zorg van anderen.

Eerste stadium – geheugenverlies

Het eerste stadium van de ziekte van Alzheimer wordt ook wel de preklinische fase genoemd. Hierin zijn de effecten van de aandoening vaak nog niet duidelijk merkbaar. Het lastige is bovendien, dan de ziekte van Alzheimer kan beginnen in verschillende delen van de hersenen. Hierdoor verschilt het van persoon tot persoon van welke symptomen men als eerste last krijgt.

Tweede stadium – geestelijk onvermogen

In het tweede stadium van de ziekte van Alzheimer wordt het duidelijk dat iemand problemen krijgt met dagelijkse bezigheden. Vooral het kortetermijngeheugen gaat hard achteruit, terwijl gebeurtenissen uit het verleden vaak wel nog goed herinnerd worden. Mensen in het tweede stadium van Alzheimer krijgen ook meer moeite om hun emoties onder controle te houden en herkennen vaak familie en vrienden niet altijd. Er is steeds meer hulp nodig bij de persoonlijke verzorging. Bovendien neemt de interesse in anderen af en kan men ongewenst gedrag (dwangstoornissen, obsessief gedrag) gaan vertonen.

Derde stadium – volledige afhankelijkheid

In dit laatste stadium van de ziekte van Alzheimer is alle zelfstandigheid verdwenen. Iemand heeft 24 uur per dag zorg nodig en op den duur wordt zelfs zelfstandig zitten onmogelijk. Contact maken met de patiënt kan niet meer. In deze fase is iemand met de ziekte van Alzheimer vaak zo verzwakt, dat hij of zij komt te overlijden aan een beroerte, longontsteking of een andere infectie.

Een diagnose stellen

Wie vermoedt dat er sprake is van de ziekte van Alzheimer doet er verstandig aan om hiermee zo snel mogelijk naar de huisarts te gaan. Door te luisteren naar iemands verhaal en het uitvoeren van enkele onderzoeken kan een arts bepalen of er sprake is van dementie. In 90% van de gevallen is het bovendien mogelijk om vast te stellen dat de dementie wordt veroorzaakt door de ziekte van Alzheimer.

Om tot een goede diagnose te komen, kan een arts verschillende onderzoeken en tests uitvoeren:

  • Lichamelijk en neurologisch onderzoek – Hierbij worden verschillende vaardigheden getest, zoals reflexen, spierspanning en spierkracht, coördinatie, tastzin en gezichtsvermogen en het evenwichtsgevoel.
  • Bloedonderzoek – Wordt gebruikt om andere veroorzakers van geheugenverlies (zoals vitaminetekorten of schildklieraandoeningen) uit te sluiten.
  • Onderzoek naar de mentale toestand – Hierbij worden het geheugen en de denkvaardigheid beoordeeld door relatief eenvoudige testen.
  • Neuropsychologisch onderzoek – Dit is een uitgebreider onderzoek naar het geheugen en de denkvaardigheid.
  • Onderzoek van de hersenen – Voor dit beeldvormend onderzoek worden technieken zoals een CT-, PET- of MRI-scan ingezet. Hiermee is het mogelijk om te achterhalen of de klachten worden veroorzaakt door bijvoorbeeld een tumor, een beschadiging of een beroerte.

Op basis van de diagnose kan gekeken worden welke behandelmogelijkheden er zijn.

De kans op Alzheimer

Momenteel zijn er in Nederland zo’n 140.000 mensen die lijden aan de ziekte van Alzheimer. Bij de ziekte van Alzheimer geldt echter, dat iemands leeftijd de belangrijkste risicofactor is voor het krijgen ervan. Hoe ouder iemand is, hoe groter de kans op Alzheimer is. Doordat mensen steeds ouder worden, ligt het dan ook in de verwachting dat ook het aantal Alzheimerpatiënten verder toe zal nemen. Geschat wordt, dat in 2050 er ruim 300.000 mensen met de ziekte van Alzheimer in Nederland zullen zijn.